Ambtenarenrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 12 mei 2016, 15/3937 AW, zie…
ECLI:NL:CRVB:2016:3029 · Centrale Raad van Beroep · 4 augustus 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-3029
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2016
- Datum publicatie
- 11 augustus 2016
- Zaaknummer
- 15/3937 AW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:3029
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 12 mei 2016, 15/3937 AW, zie ECLI:NL:CRVB:2016:3030 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
Inhoudsopgave
15/3937 AW-R
Datum uitspraak: 4 augustus 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 12 mei 2016, 15/3937 AW
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpschef van politie
PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 12 mei 2016 een kennelijke fout bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de uitspraak abusievelijk de initialen ‘S’ van een persoon in alinea 4.3.2 zijn weggevallen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door alinea 4.3.2 als volgt te rectificeren:
‘4.3.2. Ook hierin wordt appellant niet gevolgd. Gezien hetgeen de beoordelaars hebben verklaard in de brief van 20 juni 2013 en ook blijkt uit de verslagen van de jaargesprekken van 9 augustus 2010 en 31 oktober 2011, was S reeds vanaf mei 2010 de direct leidinggevende van appellant, die overigens toen als taakaccent al 75% TMC-werkzaamheden had. Voorts bleef de aansturing van appellant ook na januari 2012 in Wolfheze, waar de beoordelaars werkzaam waren en was sprake van dagelijkse briefings, waarbij zowel appellant als de beoordelaars aanwezig waren. Er is daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de beoordelaars, en met name S, onvoldoende zicht hadden op het functioneren van appellant.’
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 12 mei 2016, 15/3937 AW, zoals omschreven onder 2.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en J.J.A. Kooijman en
J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2016.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) A. Mansourova