Ambtenarenrecht
Geen proceskostenvergoeding.
Centrale Raad van Beroep, 13 november 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:2867 · Centrale Raad van Beroep · 13 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2867
Zaakgegevens
Op 13 november 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2020
- Datum publicatie
- 18 november 2020
- Zaaknummer
- 18/5360 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2867
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen proceskostenvergoeding.
Uitspraak
Datum uitspraak: 13 november 2020
18/5360 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 september 2018, 17/5173 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de korpschef van politie (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 28 mei 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. M.R. Hoendermis verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Naar het oordeel van de Raad bestaat geen aanleiding voor een veroordeling van proceskosten, omdat er geen sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen.
Voor zover mr. Hoendermis ook verzocht heeft om een veroordeling in de proceskosten voor het ingetrokken beroep gericht tegen het besluit van 18 maart 2020, moet dit eveneens worden afgewezen omdat er geen sprake is van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid van de Awb.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om appellant te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) E. Blijleven-de Vries