Ambtenarenrecht

Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Ambtenarenrecht

Centrale Raad van Beroep, 10 april 2020

Zaakgegevens

Op 10 april 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 april 2020
Datum publicatie
10 april 2020
Zaaknummer
19/4201 AW-V
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2020:916
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet gegrond.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 april 2020

19/4201 AW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 augustus 2019, 17/6123 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Staatssecretaris van Financiën (staatssecretaris)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 16 december 2019 heeft de Raad het door [X.] namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellante heeft [X.] verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 december 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest en tijdig in hoger beroep is gegaan.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
16 december 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding de staatssecretairs te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 262,50 voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • verklaart het verzet gegrond;

  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) J.A. Achterberg

GdJ