Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. Niet kan worden vastgesteld of de herinnering griffierecht van 31 juli 2021 appellant heeft…
Centrale Raad van Beroep, 7 juli 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:1591 · Centrale Raad van Beroep · 7 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-crvb-2022-1591
Zaakgegevens
Op 7 juli 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2022
- Datum publicatie
- 18 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/2273 WUV-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:1591
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. Niet kan worden vastgesteld of de herinnering griffierecht van
31 juli 2021 appellant heeft bereikt. Appellant heeft een nieuwe herinnering ontvangen en het griffierecht is alsnog voldaan.
Uitspraak
Datum uitspraak: 7 juli 2022
21/2273 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Svb van 19 mei 2021, BZ011350450, op 17 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 17 februari 2022 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat niet kan worden vastgesteld of de herinnering griffierecht van
31 juli 2021 appellant heeft bereikt. Appellant heeft een nieuwe herinnering ontvangen en het griffierecht is alsnog voldaan.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 17 februari 2022 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) K.R. van Renswoude