Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of enige nieuwe omstandigheden als bedoeld in…
Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BH4758 · Centrale Raad van Beroep · 4 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/herziening/ecli-nl-crvb-2009-bh4758
Zaakgegevens
Op 4 maart 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-6788 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BH4758
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of enige nieuwe omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.
Uitspraak
07/6788 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster)
om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 november 2007, 06/6057, in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening ingediend.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2009, waar verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge, voornoemd. Het Uwv is -met bericht- niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 september 2006 (06/272) bevestigd.
2. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het verzoekschrift van 10 december 2007 en het aanvullend verzoekschrift van 10 februari 2008.
3. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verband met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
4. Het verzoek om herziening wordt afgewezen, nu de Raad in hetgeen door de gemachtigde van verzoekster naar voren is gebracht geen feit of omstandigheid als vorenomschreven heeft kunnen ontwaren. Het feit dat verzoekster meent dat haar aanspraken bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht niet naar behoren zijn erkend, is geen feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
5. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en H. Bedee als leden. De beslissing, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) I.R.A. van Raaij.
KR