Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid.
Centrale Raad van Beroep, 6 oktober 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN9647 · Centrale Raad van Beroep · 6 oktober 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/herziening/ecli-nl-crvb-2010-bn9647
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-5923 WAJONG
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN9647
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid.
Uitspraak
09/5923 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 7 oktober 2009, 08/4851,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 6 oktober 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 7 oktober 2009, 08/4851 WAJONG.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend naar aanleiding waarvan de gemachtigde van verzoeker heeft gereageerd bij brief van 19 januari 2010.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2010, waar verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv is met voorafgaand bericht niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 17 november 2009 en de daarbij overgelegde rapportage van Instituut Psychosofia van 30 oktober 2009.
2.2. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de uitspraak van de Raad van 7 oktober 2009 niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.3. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in de rapportage van Instituut Psychosofia van 30 oktober 2009, noch in hetgeen overigens van de zijde van verzoeker is aangevoerd, enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen. De omstandigheid dat de verzekeringsartsen van het Uwv naar de mening van verzoeker onvoldoende onderzoek hebben verricht kan op zich niet als zodanig worden aangemerkt. Dit geldt eveneens voor verzoekers stelling dat hij daardoor niet in staat is nieuwe feiten en omstandigheden aan te voeren. Met betrekking tot de overige
aangevoerde argumenten verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 16 september 2009 (LJN BJ8237) waarin is overwogen dat deze niet als feit of omstandigheid in de zin van genoemd artikellid zijn aan te merken.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010.
(get.) C.P.M. van de Kerkhof.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK