Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft beoogd op basis van reeds bekende gegevens een - bij het…
ECLI:NL:CRVB:2014:4066 · Centrale Raad van Beroep · 5 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/herziening/ecli-nl-crvb-2014-4066
Zaakgegevens
Op 5 december 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2014
- Datum publicatie
- 5 december 2014
- Zaaknummer
- 13-299 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:4066
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft beoogd op basis van reeds bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie over zijn arbeidsongeschiktheid te voeren.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13/299 WAO
Datum uitspraak: 5 december 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 november 2012, 11/2848
Partijen:
[verzoeker]te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.
Het Uwv heeft hierop gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2014. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
-
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
-
ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
-
waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2012:BY4064 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2011, 10/3931, bevestigd. Daartoe heeft de Raad overwogen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij na 6 juli 1992 nog in Nederland werkzaam was. De verzekering is dus uiterlijk een maand na 6 juli 1992 geëindigd. Nu uit de medische informatie blijkt dat appellant pas op 15 maart 1993 ziek is geworden, was hij niet verzekerd voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering. Nu de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn om tot een beoordeling te komen van de aanvraag om een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is deze aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.
3. In zijn verzoek om herziening heeft verzoeker enkel verzocht om een nieuwe beoordeling op basis van de reeds bekende (medische) stukken.
4. Er moet dan ook worden vastgesteld dat verzoeker met dit verzoek heeft beoogd op basis van reeds bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie over zijn arbeidsongeschiktheid te voeren. Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2014.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) M. Crum