Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.
ECLI:NL:CRVB:2016:2200 · Centrale Raad van Beroep · 15 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/herziening/ecli-nl-crvb-2016-2200
Zaakgegevens
Op 15 juni 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 2016
- Datum publicatie
- 15 juni 2016
- Zaaknummer
- 15-4507 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2200
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.
Uitspraak
Inhoudsopgave
15/4507 ANW
Datum uitspraak: 15 juni 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 mei 2015, 13/3937 ANW
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 mei 2015 met kenmerk 13/3937 ANW.
De Svb heeft op het verzoek gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2016. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van der Weerd.
OVERWEGINGEN
1.Bij de uitspraak van 8 mei 2015, waarvan thans herziening wordt verzocht, heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2013, 12/4724, waarbij het beroep van appellante tegen de weigering van de Svb om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet, ongegrond is verklaard.
2. In het verzoekschrift van 10 juni 2015 heeft verzoekster erop gewezen dat zij in een moeilijke financiële positie verkeert en dat zij daarom verzoekt om een nieuwe, gunstige, beslissing.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Ingevolge artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.
De Raad merkt op dat het rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak.
4. Dit betekent dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2016.
(getekend) H.J. Simon
(getekend) N. Veenstra