Socialezekerheidsrecht

De Raad wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 december 2025 af. Geen nieuwe…

Centrale Raad van Beroep, 25 september 2026

Zaakgegevens

Op 25 september 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25 september 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
26/273 AOW
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:1278
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 december 2025 af. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

26/273 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

26/273 AOW

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 september 2023, 22/110

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] , [provincie], Marokko (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 25 september 2026

PROCESVERLOOP

Op 27 maart 2025 heeft de Raad uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster waarbij het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 22 september 2023, kenmerk 22/110, is afgewezen.

Op 5 december 2025 heeft de Raad een tweede verzoek om herziening van de uitspraak van 22 september 2023 afgewezen.

Op 10 februari 2026 is een nieuw verzoek om herziening binnengekomen bij de Raad. Het verzoek richt zich op de uitspraak van de Raad van 5 december 2025.

De Raad merkt het huidige verzoek aan als verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 22 september 2023, omdat dit de uitspraak van de Raad is waartegen het verzoek om herziening zich inhoudelijk richt. Dit betekent dat het huidige verzoek om herziening een derde verzoek om herziening betreft.

OVERWEGINGEN

Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

  2. ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;

  3. tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.

Wat verzoekster aanvoert, kan niet leiden tot herziening.

Verzoekster heeft de Raad in haar verzoekschrift verzocht opnieuw naar de beslissing te kijken om een AOW-pensioen te ontvangen. Niet gezegd kan worden dat daarmee feiten of omstandigheden zijn aangedragen als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.

Omdat het verzoek om herziening niet slaagt, bestaat voor een veroordeling in de proceskosten geen aanleiding.

De Raad zal een volgend ongemotiveerd verzoek om herziening van de uitspraak van
22 september 2023 niet meer aanmerken als een verzoek om herziening. In dat geval zal geen uitspraak meer volgen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

statue:

Rejète la demande de révision.

Par conséquent, décidée par M.A.H. van Dalen-van Bekkum comme membre, en présence de A. Giesen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25 septembre 2026.

(signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(signé) A. Giesen

Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. L'intéressé présentant l'opposition pourra demander d'avoir l'opportunité d'être entendu sur son opposition.