Socialezekerheidsrecht

De Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Centrale Raad van Beroep, 3 juli 2026

Zaakgegevens

Op 3 juli 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
3 juli 2026
Datum publicatie
7 juli 2026
Zaaknummer
25/2450 ANW
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:878
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Uitspraak

25/2450 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/2450 ANW

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 juli 2024, 23/1873 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 3 juli 2026

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 25 juli 2024 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 (kenmerk 22/5621) vernietigd en het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 juli 2024.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening.

Bij brief van 12 december 2025 is verzoekster erop gewezen dat een griffierecht van € 143,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 12 januari 2026 is verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld kan worden.

De aangetekende brief van 12 januari 2026 is op 20 april 2026 bij de Raad retour binnengekomen met als reden dat deze niet is afgehaald.

De termijn is verstreken en het griffierecht is niet betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van
A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare la requête de révision non recevable.

Par conséquent, décidée par le maître M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de
A. Giesen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 juillet 2026.

(signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(signé) A. Giesen

Les intéressés et les organes d’administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. L’intéressé présentant l’opposition pourra demander d’avoir l’opportunité d’être entendu sur son opposition.