Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 8 juni 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:BA7330 · Centrale Raad van Beroep · 8 juni 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2007-ba7330
Zaakgegevens
Op 8 juni 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 juni 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 05-4561 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2007:BA7330
Samenvatting
Weigering WAO-uitkering.
Uitspraak
05/4561 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 juni 2005, 05/16 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Mr. H. Drenth, kantoorgenoot van mr. De Leon, heeft zich als opvolgend gemachtigde gesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Drenth. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.J.J.C. Röttjers.
II. OVERWEGINGEN
Appellant is op 28 november 2001 uitgevallen uit zijn functie als fulltime assistent conciërge aan een basisschool.
Bij besluit van 14 maart 2003 heeft het Uwv appellants verzoek tot verstrekking van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) afgewezen onder overweging dat er geen sprake is van ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO en dat er dus geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van die wet.
Na vernietiging van een eerder besluit waarbij het beroep tegen het besluit van 14 maart 2003 ongegrond was verklaard, heeft het Uwv bij het thans bestreden besluit van 9 december 2004 het bezwaar andermaal ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de onderzoeken door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsartsen van het Uwv geen aanknopingspunten bieden voor de conclusie dat die onderzoeken onvoldoende diepgaand of anderszins onvoldoende zorgvuldig zouden zijn.
Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat er wel degelijk sprake is van ziekte en gebrek in de zin van de WAO en heeft daarbij verwezen naar de visie van de behandelende sector aangaande zijn klachten. Appellant is de mening toegedaan dat de verzekeringsartsen zowel zijn fysieke- als zijn psychische klachten onvoldoende onderzocht hebben.
De Raad kan appellant hierin niet volgen nu bij de heroverweging door de bezwaarverzekeringsarts de bevindingen van de behandelende sector, waaronder die van psychiater H. Koers, expliciet bij de beoordeling betrokken zijn.
De Raad is voorts met de rechtbank van oordeel dat in het geheel van medische gegevens die ter beschikking staan voldoende steun wordt aangetroffen voor de conclusie van de verzekeringsartsen dat er niet aantoonbaar sprake is van enige relevante op ziekte of gebrek terug te voeren arbeidsbeperking.
Het hoger beroep slaagt niet.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2007.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) T.R.H. van Roekel.