Socialezekerheidsrecht
Heeft VGZ ten onrechte afgezien van het horen in bezwaar wegens kennelijke ongegrondheid?
Centrale Raad van Beroep, 7 november 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:BB8031 · Centrale Raad van Beroep · 7 november 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2007-bb8031
Zaakgegevens
Op 7 november 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 november 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-1806 ZFW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2007:BB8031
Samenvatting
Heeft VGZ ten onrechte afgezien van het horen in bezwaar wegens kennelijke ongegrondheid?
Uitspraak
07/1806 ZFW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 februari 2007, 06/1838 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
VGZ Zorgverzekeraar N.V., gevestigd te Nijmegen (hierna: VGZ)
Datum uitspraak: 7 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft L.J. Lindeman te Eindhoven hoger beroep ingesteld.
VGZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 oktober 2007, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van VGZ van 20 april 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de door appellant aangevoerde beroepsgronden verworpen, waaronder de grond dat VGZ ten onrechte heeft afgezien van het horen van appellant in bezwaar wegens kennelijke ongegrondheid van het bezwaar als bedoeld in artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant heeft zich tegen dit gedeelte van de aangevallen uitspraak gekeerd.
De Raad onderschrijft het aangevochten gedeelte van de aangevallen uitspraak en de daaraan door de rechtbank ten grondslag gelegde - uitvoerige - overwegingen, waarnaar de Raad verwijst.
Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 november 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) S.R. Bagga.
BKH