Socialezekerheidsrecht
De wijze waarop de rechtbank in dit geval artikel 8:72, vierde lid, van de Awb toepast, draagt niet bij aan…
Centrale Raad van Beroep, 29 december 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BK8283 · Centrale Raad van Beroep · 29 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bk8283
Zaakgegevens
Op 29 december 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-2833 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BK8283
Samenvatting
De wijze waarop de rechtbank in dit geval artikel 8:72, vierde lid, van de Awb toepast, draagt niet bij aan finale geschilbeslechting. Appellant moet immers nog steeds een beslissing nemen en er is geen aanleiding om de procedure verder terug te brengen dan in de stand van het bezwaar, want het bezwaar is mede bedoeld om een tekortschietende motivering van het in bezwaar aangevochten besluit te herstellen. Vernietiging uitspraak. Nieuwe beslissing op de aanvraag.
Uitspraak
09/2833 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 31 maart 2009, 08/6114
(hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
Datum uitspraak: 29 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant stelde hoger beroep in.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 20 november 2009, waar appellant zich liet vertegenwoordigen door mr. K.M. Schuijt en namens betrokkene zijn vader verscheen met bijstand van mr. R. Koelman, advocaat te Leiderdorp.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 8 augustus 2008 ter uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Hierbij handhaafde appellant zijn besluit van 12 maart 2008 tot afwijzing van de aanvraag van betrokkene van een Wajong-uitkering.
2. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 8 augustus 2008, herriep het besluit van 12 maart 2008 en droeg appellant op om een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag van betrokkene.
3. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de wijze waarop de rechtbank toepassing gaf aan artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant erkent dat de motivering van het bestreden besluit en het besluit van 12 maart 2008 tekort schiet. Hij betoogt dat de rechtbank had moeten volstaan met de vernietiging van het bestreden besluit en een opdracht om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen in plaats van het besluit van 12 maart 2008 te herroepen. Betrokkene weerspreekt deze zienswijze niet.
4. De Raad ziet het hoger beroep slagen. De wijze waarop de rechtbank in dit geval artikel 8:72, vierde lid, van de Awb toepast, draagt niet bij aan finale geschilbeslechting. Appellant moet immers nog steeds een beslissing nemen en er is geen aanleiding om de procedure verder terug te brengen dan in de stand van het bezwaar, want het bezwaar is mede bedoeld om een tekortschietende motivering van het in bezwaar aangevochten besluit te herstellen.
5. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking voor zover de rechtbank het besluit van 12 maart 2008 herriep en appellant opdroeg een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag. In de plaats daarvan zal de Raad appellant opdragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van betrokkene. Partijen zijn het er over eens dat betrokkene in dat verband medisch zal worden gekeurd en betrokkene verklaarde zich bereid mee te werken aan het verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
6. De Raad ziet reden om appellant te veroordelen in de proceskosten die betrokkene voor het hoger beroep maakte, wegens de hem verleende rechtsbijstand begroot op € 322,00.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij het besluit van 12 maart 2008 is herroepen en appellant is opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag;
Bepaalt dat appellant een nieuwe beslissing neemt op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,00.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M.A. van Amerongen.
IvR