Socialezekerheidsrecht
De rechtbank heeft (...) overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft…
Centrale Raad van Beroep, 1 juli 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BR0170 · Centrale Raad van Beroep · 1 juli 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-br0170
Zaakgegevens
Op 1 juli 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 juli 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-5525 Wajong
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BR0170
Samenvatting
De rechtbank heeft (...) overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft gezien de proceskosten te vergoeden. Dit oordeel van de Raad staat in rechte vast. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, gelet op het exclusieve karakter van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op grond van artikel 8:73 van de Awb een (aanvullende) veroordeling in de proceskosten kan worden uitgesproken. Het verzoek van appellant is dan ook terecht afgewezen.
Uitspraak
10/5525 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 september 2010, 10/1822 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting is aan de orde gesteld op 6 juni 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen de weigering van het Uwv om de door hem gemaakte proceskosten in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 29 januari 2010 (07/6440 en 08/5033) te vergoeden.
1.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft gezien de proceskosten te vergoeden. Dit oordeel van de Raad staat in rechte vast. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, gelet op het exclusieve karakter van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op grond van artikel 8:73 van de Awb een (aanvullende) veroordeling in de proceskosten kan worden uitgesproken. Het verzoek van appellant is dan ook terecht afgewezen.
2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige daad van het Uwv. Appellant wist niet van de mogelijkheid om zijn proceskosten vergoed te krijgen, het Uwv heeft hem daar niet op gewezen.
3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.
3.2. De Raad voegt daar nog aan toe dat bij de uitnodiging voor de zitting een proceskostenformulier wordt meegestuurd. Appellant had dat formulier kunnen invullen en bij de Raad kunnen inleveren of kunnen opsturen. De Raad wijst er voorts op dat alleen de in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht opgenomen kostenposten voor vergoeding in aanmerking komen.
3.3. Het hoger beroep treft geen doel.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2011.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) N.S.A. El Hana.
NK