Socialezekerheidsrecht
Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde…
Centrale Raad van Beroep, 15 juni 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW9298 · Centrale Raad van Beroep · 15 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw9298
Zaakgegevens
Op 15 juni 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 15 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-2245 WAJONG
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW9298
Samenvatting
Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Uitspraak
11/2245 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 maart 2011, 10/305 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 juni 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.F. van Willigen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Door appellant zijn nadere stukken ingebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2012. Appellant heeft zich laten bijstaan door mr. Van Willigen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.
OVERWEGINGEN
1.1. Op 19 juni 2007 heeft appellant een uitkering aangevraagd ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 4 december 2007 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend.
1.2. Met een op 25 februari 2009 gedagtekend aanvraagformulier heeft appellant opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag heeft het Uwv opgevat als een verzoek om terug te komen van zijn besluit van 4 december 2007.
1.3. Bij besluit van 13 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit om niet terug te komen van zijn beslissing van 4 december 2007, aangezien er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat zij met het Uwv van oordeel is dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. In dit kader heeft de rechtbank onderschreven de in het rapport van 30 maart 2010 neergelegde motivering van de bezwaarverzekeringsarts dat de sociaal emotionele ontwikkeling van appellant niet als een nieuw feit of omstandigheid kan worden aangemerkt. Met deze ontwikkeling, die een onderdeel is van het totale functioneren van appellant, is rekening gehouden bij de beoordeling van appellants (eerste) Wajong-aanvraag van 19 juni 2007.
3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in hoger beroep opnieuw naar voren zijn gebracht afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft dan ook het onder 2 weergegeven oordeel van de rechtbank met inbegrip van de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen en maakt deze tot de zijne.
4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) K.E. Haan.
KR