Socialezekerheidsrecht
Nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door appellant aanhangig gemaakte…
Centrale Raad van Beroep, 7 september 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BX8714 · Centrale Raad van Beroep · 7 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bx8714
Zaakgegevens
Op 7 september 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-6773 WSFBSF-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BX8714
Samenvatting
Nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door appellant aanhangig gemaakte beroepszaak. Niet gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
11/6773 WSFBSF-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 oktober 2011, 11/738 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 7 september 2012
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting is verschenen: mr.drs. E.H.A. van den Berg (namens de Minister)
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant heeft nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door hem aanhangig gemaakte beroepszaak. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest.
2. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat hij wel griffierecht heeft voldaan. Hij heeft vermeld te vermoeden dat zijn betaling is zoekgeraakt omdat de rechtbank die zijn beroep behandelde (Zutphen) een andere is dan de bevoegde rechtbank (Arnhem).
3. Naar aanleiding van de stellingen van appellant in het hogerberoepschrift heeft de griffier van de Raad bij de betrokken rechtbanken nader onderzoek laten doen naar de gestelde betaling. Bij brief van 20 februari 2012 is daarop aan de Raad meegedeeld dat de betaling noch bij de rechtbank Zutphen noch bij de rechtbank Arnhem is ontvangen.
4. De Raad heeft in hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding gevonden om te komen tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. Appellant heeft niet aangetoond en ook anderszins is niet komen vast te staan dat het griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank tijdig is betaald. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen