Socialezekerheidsrecht

Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, LJN BQ4298. Geen sprake van feiten en…

Centrale Raad van Beroep, 7 november 2012

Zaakgegevens

Op 7 november 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
7 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11-4033 ZW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2012:BY2393
E-mail

Samenvatting

Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, LJN BQ4298. Geen sprake van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

Uitspraak

11/4033 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, 09/6309 ZW

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 7 november 2012.

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, 09/6309 ZW.

Het Uwv heeft een reactie op het herzieningsverzoek ingediend.

Het verzoek is aan de orde gesteld op de zitting van 17 oktober 2012. Partijen zijn - zoals was aangekondigd - niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 4 mei 2011 op grond van “evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden en vanwege het niet kunnen uitoefenen van bij wet gegeven bevoegdheden”. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 6 september 2011. Ter onderbouwing van dat standpunt is een rapport van Instituut Psychosofia van 22 augustus 2011 overgelegd.

3. In hetgeen verzoeker in zijn verzoek heeft aangevoerd noch in het rapport Instituut Psychosofia van 22 augustus 2011, ziet de Raad feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) H.J. Dekker

KR