Socialezekerheidsrecht
Proceskostenvergoeding. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat CIZ met het geheel aan…
Centrale Raad van Beroep, 31 juli 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:1266 · Centrale Raad van Beroep · 31 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-1266
Zaakgegevens
Op 31 juli 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 juli 2013
- Datum publicatie
- 2 augustus 2013
- Zaaknummer
- 13-170 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:1266
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskostenvergoeding. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat CIZ met het geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding om CIZ te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Uitspraak
13/170 AWBZ
Datum uitspraak: 31 juli 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2012, 12/3517
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.F. Vermaat hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft op 27 februari 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 7 maart 2013 heeft mr. Vermaat namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
Bij brief van 26 maart 2013 heeft CIZ meegedeeld geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat CIZ met het besluit van
februari 2013 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om CIZ te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 472,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.416,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot CIZ wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van appellant tot een bedrag van
€ 1.416,-.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. de Mooij en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) J.A. Achterberg