Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 8 oktober 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:1961 · Centrale Raad van Beroep · 8 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-1961
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2013
- Datum publicatie
- 8 oktober 2013
- Zaaknummer
- 11-7430 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:1961
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen procesbelang.
Uitspraak
11/7430 WWB
Datum uitspraak: 8 oktober 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 november 2011, 11/6104 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L. Kuijper, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2013. Voor appellant is verschenen mr. Kuijper. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellant is gehuwd met D. [naam echtgenote] ([naam echtgenote]). Zij ontvangen sinds 18 januari 1995 bijstand naar de norm voor gehuwden, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 17 februari 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 juni 2011 (bestreden besluit), heeft het college [naam echtgenote] tot en met 15 februari 2012 gedeeltelijk ontheffing verleend van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9 eerste lid, van de WWB.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich gemotiveerd gekeerd tegen de aangevallen uitspraak.
De Raad komt - ambtshalve - tot de volgende beoordeling.
Volgens vaste rechtspraak (CRvB 1 juni 2010, LJN BM7208) is slechts sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.
Ter zitting heeft mr. Kuijper, desgevraagd, verklaard dat appellant geen procesbelang meer heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens als voorzitter en P.W. van Straalen en
F. Hoogendijk als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2013.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) M.R. Schuurman