Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Weigering bijzondere bijstand. Vangnetkarakter. Appellante beschikte…
Centrale Raad van Beroep, 26 maart 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5904 · Centrale Raad van Beroep · 26 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-bz5904
Zaakgegevens
Op 26 maart 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/147 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5904
Samenvatting
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Weigering bijzondere bijstand. Vangnetkarakter. Appellante beschikte over voldoende draagkracht om zelf in de kosten te voorzien waarvoor zij bijzondere bijstand heeft aangevraagd.
Uitspraak
12/147 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 22 november 2011, 10/987 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)
Zitting heeft : O.L.H.W.I. Korte als voorzitter van de enkelvoudige kamer
Griffier : V.C. Hartkamp
Ter zitting is verschenen : mr. C. van den Bergh, namens het college
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Met een besluit van 11 februari 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 oktober 2009, tot afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), ongegrond verklaard en een verzoek om vergoeding van kosten van de bezwaarprocedure afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellante heeft als beroepsgrond aangevoerd dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met de vangnetfunctie van de WWB. Het college moet de door appellante gemaakte kosten van het bezwaar (en het beroep en hoger beroep) vergoeden omdat bij het besluit van 21 oktober 2009 niet de benodigde zorgvuldigheid is betracht bij de berekening van de draagkracht. Hieraan doet niet af dat de uitkomst van deze berekening in beide besluiten tot hetzelfde resultaat leidt.
In het bestreden besluit heeft het college een draagkrachtberekening gemaakt die in overeenstemming met de WWB en het door het college gehanteerde beleid is. Appellante beschikte over voldoende draagkracht om zelf in de kosten te voorzien waarvoor zij bijzondere bijstand heeft aangevraagd. De rechtbank heeft het vangnetkarakter van de WWB daarom niet miskend. Ook is niet voldaan aan de voor de vergoeding van de bezwaarkosten op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldende voorwaarde dat het besluit van 21 oktober 2009 is herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid. In het bestreden besluit heeft het college het besluit van 21 oktober 2009 weliswaar herroepen voor zover het betrekking heeft op de berekening van de draagkracht, maar gehandhaafd voor zover het de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand betreft. Van herroepen in de zin van de Awb is dan ook geen sprake. Het hoger beroep slaagt daarom niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) O.L.H.W.I. Korte (getekend) V.C. Hartkamp
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep