Socialezekerheidsrecht
Weigering nabestaandenuitkering. Met name de bva appellant uitgebreid gesproken en onderzocht en heeft…
Centrale Raad van Beroep, 4 april 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:1214 · Centrale Raad van Beroep · 4 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-1214
Zaakgegevens
Op 4 april 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2014
- Datum publicatie
- 14 april 2014
- Zaaknummer
- 13-664 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:1214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigering nabestaandenuitkering. Met name de bva appellant uitgebreid gesproken en onderzocht en heeft informatie gevraagd bij de behandelend sector. De bezwaararbeidsdeskundige heeft duidelijk aangegeven voor welke functies appellant geschikt werd geacht. Onderzoek en rapporten van het Uwv zijn zorgvuldig en concludent. Er was voor de Svb geen reden het advies van het Uwv niet te volgen.
Procesgang
Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:4582Centrale Raad van Beroep · 4 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2014:1214
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
13/664 ANW
Datum uitspraak: 4 april 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 20 december 2012, 12/3385 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.W.G.J. de Haas hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Mr. De Haas heeft zich teruggetrokken als gemachtigde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2014. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma-Hovers.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellant is geboren op 2 november 1951. Hij heeft bij de Svb een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet aangevraagd wegens het overlijden van zijn echtgenote op 2 augustus 2009. Hij heeft daarbij aangegeven arbeidsongeschikt te zijn.
1.2. Op verzoek van de Svb is advies uitgebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Bij besluit van 12 april 2011 heeft de Svb appellant een nabestaandenuitkering geweigerd omdat hij niet aan de voorwaarden voor toekenning voldoet. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en daarbij gesteld dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid onvoldoende is onderzocht.
1.3. Nadat opnieuw advies was uitgebracht door het Uwv, heeft de Svb bij beslissing op bezwaar van 6 juni 2012 (bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard. Zij is daarbij uitgebreid ingegaan op de rapporten van de bezwaarverzekeringsartsen Boel en
Van der Heemst en van de bezwaararbeidsdeskundige Kalthof. De rechtbank heeft geen reden gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van het Uwv dat bij appellant op de datum in geding geen sprake was van arbeidsongeschiktheid van meer dan 45%. Ook de in de beroepsfase overgelegde stukken van appellants behandelend artsen geeft de rechtbank geen aanleiding tot twijfel.
Ook in hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij meer dan 45% arbeidsongeschikt is en derhalve voor toekenning van een nabestaandenuitkering in aanmerking komt.
De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Met name de bezwaarverzekeringsarts Boel heeft appellant uitgebreid gesproken en onderzocht en heeft informatie gevraagd bij de behandelend sector. De bezwaararbeidsdeskundige Kalthof heeft duidelijk aangegeven voor welke functies appellant geschikt werd geacht. Onderzoek en rapporten van het Uwv zijn zorgvuldig en concludent. Er was voor de Svb geen reden het advies van het Uwv niet te volgen. In hoger beroep zijn door appellant geen nieuwe gegevens in het geding gebracht.
Het onder 4.1 overwogene leidt tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.M. Spaans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2014.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) M.M. Spaans