Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat sprake is geweest van onregelmatigheden. Daarom heeft de Raad…
Centrale Raad van Beroep, 29 juni 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:2451 · Centrale Raad van Beroep · 29 juni 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-2451
Zaakgegevens
Op 29 juni 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2016
- Datum publicatie
- 29 juni 2016
- Zaaknummer
- 14-4716 BBZ-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:2451
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat sprake is geweest van onregelmatigheden. Daarom heeft de Raad appellanten opnieuw in de gelegenheid het griffierecht te betalen. Van die gelegenheid hebben zij - tijdig - gebruikgemaakt.
Uitspraak
14/4716 BBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
8 juli 2014, 13/7755
Partijen:
[appellant] en [appellante] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Bronkhorst
Datum uitspraak: 29 juni 2016
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 24 maart 2015 heeft de Raad het door appellanten ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Appellanten hebben verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
Bij de uitspraak van 24 maart 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellanten
niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat sprake is geweest van onregelmatigheden. Daarom heeft de Raad appellanten opnieuw in de gelegenheid het griffierecht te betalen. Van die gelegenheid hebben zij - tijdig - gebruikgemaakt.
Het verzet is gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van proceskosten van appellanten in verzet is niet gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
29 juni 2016.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven