Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Enig erfgenaam heeft de nalatenschap verworpen…
Centrale Raad van Beroep, 21 april 2017
ECLI:NL:CRVB:2017:1607 · Centrale Raad van Beroep · 21 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-1607
Zaakgegevens
Op 21 april 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2017
- Datum publicatie
- 26 april 2017
- Zaaknummer
- 15/1963 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:1607
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Enig erfgenaam heeft de nalatenschap verworpen. Procedure niet voortgezet. Geen procesbelang.
Uitspraak
15/1963 WIA
Datum uitspraak: 21 april 2017
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
9 februari 2015, 14/1257 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant is door mr. R. Polderman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 11 november 2016.
Mr. Polderman is verschenen met de mededeling dat appellant is overleden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door D.C. Heijstek.
Bij brief van 13 december 2016 heeft mr. Polderman de Raad bericht dat de
enig erfgenaam, de moeder van appellant, de nalatenschap heeft verworpen en dat de moeder van appellant de procedure niet wenst voort te zetten.
De Raad sluit het onderzoek.
OVERWEGINGEN
1. Appellant is overleden. Nu de enig erfgenaam de nalatenschap heeft verworpen, is er geen erfgenaam die appellant als partij in het onderhavige geding is opgevolgd en het geding heeft voortgezet. Het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is dan ook komen te ontvallen, zodat het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H. van Leeuwen als voorzitter en L. Koper en W.E. Doolaard als leden, in tegenwoordigheid van A.M.C. de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2017.
(getekend) H. van Leeuwen
(getekend) A.M.C. de Vries