Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2017
ECLI:NL:CRVB:2017:2534 · Centrale Raad van Beroep · 18 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-2534
Zaakgegevens
Op 18 juli 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juli 2017
- Datum publicatie
- 21 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/7464 ZW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:2534
Samenvatting
Verzet gegrond.
Uitspraak
Datum uitspraak: 18 juli 2017
16/7464 ZW-V, 16/7465 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 oktober 2016, 16/228 en 16/3355 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is verschenen: appellante, bijgestaan door W.L. de Vreede
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag
van €24,80.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 8 februari 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. De laatste dag van de termijn was donderdag 1 december 2016. Het hogerberoepschrift, gedateerd 1 december 2016, is op dinsdag 6 december 2016 ontvangen. Het poststempel op de enveloppe waarin het is verzonden, is onleesbaar. Mede gelet op de verklaring van appellante ter zitting acht de Raad het aannemelijk dat het hogerberoepschrift op 1 december 2016 en daarmee tijdig ter post is bezorgd.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 8 februari 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 24,80 aan reiskosten.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR