Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is overschreden. De…
Centrale Raad van Beroep, 9 augustus 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:2480 · Centrale Raad van Beroep · 9 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2480
Zaakgegevens
Op 9 augustus 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2018
- Datum publicatie
- 9 augustus 2018
- Zaaknummer
- 17/3721 WIA-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2480
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is overschreden. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. De stelling dat (de gemachtigde van) appellant op grond van medische redenen niet in staat was om tijdig een verzetschrift in te dienen, is niet met bewijsstukken onderbouwd.
Uitspraak
Datum uitspraak: 9 augustus 2018
17/3721 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 maart 2017, 15/5250 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Aan het geding heeft deelgenomen:
[BV] te [gemeente]
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 september 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mevrouw [naam] verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 juni 2018, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 8 september 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 20 oktober 2017. Het namens appellant ingediende verzetschrift is gedateerd 19 oktober 2017, is op
3 november 2017 per aangetekende post verzonden en is op 6 november 2017 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat het wegens ernstige gezondheidsredenen niet mogelijk was eerder te reageren.
De Raad ziet in het door de gemachtigde van appellant aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De stelling dat (de gemachtigde van) appellant op grond van medische redenen niet in staat was om tijdig een verzetschrift in te dienen, is niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
De griffier is verhinderd te ondertekenen.