Socialezekerheidsrecht
Terugvordering. Geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien.
Centrale Raad van Beroep, 25 september 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3181 · Centrale Raad van Beroep · 25 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3181
Zaakgegevens
Op 25 september 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Datum publicatie
- 16 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/3818-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3181
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terugvordering. Geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien.
Uitspraak
17 3818 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2017, 16/7682 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 25 september 2018
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: F. Dinleyici
Namens appellant is verschenen mr. J. El Haddouchi, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. van Kesteren.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Dringende redenen om van terugvordering af te zien kunnen slechts gelegen zijn in onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen van een terugvordering voor een betrokkene. Dat is hier niet het geval. De moeilijke omstandigheden waarin appellant verkeert zijn vooral het gevolg van zijn detentie en niet van de terugvordering.
2. Bovendien heeft appellant de bescherming van de beslagvrije voet. Er werd niet ingevorderd omdat appellant bijstand had onder de beslagvrije voet. De terugvordering kon feitelijk voor hemzelf geen nadelige gevolgen hebben. Nu appellant weer volledige bijstand heeft, is hij beschermd door de beslagvrije voet.
3. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Dit betekent dat de terugvordering in stand blijft.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzitter.
(getekend) F. Dinleyici (getekend) J.N.A. Bootsma