Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep, 27 december 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:4298 · Centrale Raad van Beroep · 27 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-4298
Zaakgegevens
Op 27 december 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 december 2018
- Datum publicatie
- 9 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/6505 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:4298
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Datum uitspraak: 27 december 2018
17/6505 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2017, 17/397 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 1 december 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar beide partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 1 december 2017 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 12 januari 2018. Het door appellante ingediende verzetschrift is gedateerd op 4 januari 2018 en is op
23 januari 2018 door de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Appellante heeft in verzet te kennen gegeven dat zij de uitspraak van de Raad van
1 december 2017 laat heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellante niet kan worden verweten. Dat appellante de uitspraak van de Raad laat heeft ontvangen heeft zij niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
LO
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare l’opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de M.A.E. Lageweg en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 27 december 2018.