Socialezekerheidsrecht

Intrekken bijstandsuitkering. Niet wonen op uitkeringsadres.

Centrale Raad van Beroep, 27 augustus 2019

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27 augustus 2019
Datum publicatie
3 september 2019
Zaaknummer
18/1332 PW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:2893
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekken bijstandsuitkering. Niet wonen op uitkeringsadres.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:RBZWB:2018:928
  2. Centrale Raad van Beroep · 27 augustus 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2019:2893

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

18 1332 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2018, 17/6661 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

Datum uitspraak: 27 augustus 2019

Zitting heeft: J.T.H. Zimmerman

Griffier: F.H.R.M. Robbers

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 27 augustus 2019. Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het bestreden besluit ziet op de intrekking van de bijstand van appellant met ingang van 1 oktober 2016. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres heeft. Door hiervan geen melding te maken heeft hij de op hem rustende inlichtingenverplichting geschonden als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De te beoordelen periode betreft de periode van 1 oktober 2016 tot en met 19 april 2017.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, het volgende overwogen. De getuigenverklaring van de moeder van appellant mag worden gebruikt. De rechtbank volgt niet de beroepsgrond dat de bevindingen van het huisbezoek van weinig waarde zijn. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat er, in tegenstelling tot wat in het verslag wordt geconstateerd, wel persoonlijke spullen van hem in de woning waren. Bezittingen die volgens het bezwaarschrift in de woning aanwezig zouden zijn geweest betreffen meubels en gebruiksvoorwerpen die naar hun aard niet tot een persoon te herleiden zijn. Het verslag van bevindingen is coherent, concludent en op ambtseed opgemaakt door sociaal rechercheurs. Verder valt niet in te zien dat appellant de verzekeraar van de auto zou vragen om een factuur naar een adres te sturen waar hij maar enkele dagen zou blijven. Uit het onderzoeksrapport van het college blijkt dat appellant bij herhaling heeft verzocht aan de verzekeraar om post naar het adres in Maastricht te sturen, waarbij niet is aangegeven dat dat verzoek maar voor een bepaalde tijd gold. Uit de onderzoeksbevindingen blijkt voldoende dat appellant in de te beoordelen periode geen hoofdverblijf had op het door hem opgegeven adres.

Appellant heeft in hoger beroep alleen aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte niet tegemoet is gekomen aan zijn beroepsgronden en heeft als gronden van hoger beroep het beroepschrift in eerste aanleg overgelegd. Appellant heeft geen aanvullende beroepsgronden ingediend. Het hoger beroep is dus een herhaling van wat appellant in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.

Voor een veroordeling in de vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) J.T.H. Zimmerman