Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep is niet ontvankelijk. Ontbreken feitelijk belang.

Centrale Raad van Beroep, 19 februari 2019

Zaakgegevens

Op 19 februari 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19 februari 2019
Datum publicatie
5 maart 2019
Zaaknummer
18/3514 PW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:722
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep is niet ontvankelijk. Ontbreken feitelijk belang.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:RBROT:2018:3914
  2. Centrale Raad van Beroep · 19 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2019:722

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

18 3514 PW-PV, 18/3515 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 19 februari 2019

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2018, 17/6293 en 17/6670 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres (dagelijks bestuur)

Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: J.M.M. van Dalen

Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde N. van der Laan. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.G.H. Hartwijk en mevrouw De Groot.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het dagelijks bestuur heeft op de zitting de besluiten over het traject ‘Avres Training naar Werk’, met startdata 10 januari 2017 en 27 februari 2017 ingetrokken. Het gaat daarbij om de primaire besluiten van 28 december 2016 en 16 februari 2017 en de besluiten op bezwaar van 21 september 2017 en 6 november 2017. Ook de besluiten waarbij maatregelen zijn opgelegd voor het niet deelnemen aan deze trajecten en waarover procedures lopen bij de rechtbank zijn ingetrokken. Daardoor heeft appellant geen feitelijk belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep. Het principiële belang van onbekende anderen die geen partij zijn in deze zaak, is geen belang waarover de Raad uitspraak kan doen.

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) J.N.A. Bootsma

IJ