Socialezekerheidsrecht
Proceskostenveroordeling. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat de Svb met het nieuwe besluit…
Centrale Raad van Beroep, 24 november 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:2907 · Centrale Raad van Beroep · 24 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-2907
Zaakgegevens
Op 24 november 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 november 2020
- Datum publicatie
- 24 november 2020
- Zaaknummer
- 17/5925 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:2907
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskostenveroordeling. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat de Svb met het nieuwe besluit van 24 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Uitspraak
Datum uitspraak: 24 november 2020
17/5925 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 juli 2017, 16/2702 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb bij besluit van 24 februari 2020 het besluit van 21 oktober 2016, waarbij het AOW-pensioen van appellant was herzien naar een pensioen voor een gehuwde, ingetrokken. Appellant heeft alsnog recht op een AOW-pensioen voor een alleenstaande.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.
De Svb heeft bij brief van 2 maart 2020 meegedeeld het griffierecht in beroep en hoger beroep, tot een bedrag van € 170,-, aan appellant over te maken.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat de Svb met het nieuwe besluit van
24 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om de Svb te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moet maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep.
Met betrekking tot vergoeding van het betaalde griffierecht, gaat de Raad ervan uit dat dit al is vergoed.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Svb in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.050,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2020.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) P.A.M. Hulsdouw