Socialezekerheidsrecht
De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het…
Centrale Raad van Beroep, 25 november 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:3087 · Centrale Raad van Beroep · 25 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-3087
Zaakgegevens
Op 25 november 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 2020
- Datum publicatie
- 9 december 2020
- Zaaknummer
- 18/1733 WLZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:3087
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het zorgkantoor het pgb terecht op € 23.742,18 heeft vastgesteld. De Raad verenigt zich met het door de rechtbank gegeven oordeel. Appellante heeft in hoger beroep desgevraagd geen nieuwe gronden naar voren gebracht en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitspraak
18 1733 WLZ-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 februari 2018, 17/2381 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
CZ Zorgkantoor B.V. (zorgkantoor)
Datum uitspraak: 25 november 2020
Zitting hebben: L.M. Tobé, als voorzitter, en D.S. de Vries en N.R. Docter, als leden
Griffier: F. Boon
Ter zitting zijn verschenen: [naam] en mr. M. Duurtsema, advocaat, namens appellante. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Hassel.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante is op grond van de Wet langdurige zorg geïndiceerd voor zorg. Het zorgkantoor heeft appellante voor de periode van 16 maart 2016 tot en 31 december 2016 een persoonsgebonden budget (pgb) verleend.
2. Het zorgkantoor heeft bij besluit van 23 mei 2017, gehandhaafd bij besluit van
18 juli 2017 (bestreden besluit), het pgb voor het jaar 2016 vastgesteld op het bedrag dat de Sociale verzekeringsbank aan de zorgverleners van appellante heeft uitbetaald, te weten
€ 23.742,18.
3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het zorgkantoor het pgb terecht op € 23.742,18 heeft vastgesteld. De Raad verenigt zich met het door de rechtbank gegeven oordeel. Appellante heeft in hoger beroep desgevraagd geen nieuwe gronden naar voren gebracht en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F.E.M. Boon (getekend) L.M. Tobé