Socialezekerheidsrecht
Het verzet wordt niet ontvankelijk verklaard.
Centrale Raad van Beroep, 14 april 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:703 · Centrale Raad van Beroep · 14 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-703
Zaakgegevens
Op 14 april 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 april 2023
- Datum publicatie
- 14 april 2023
- Zaaknummer
- 21/1266 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:703
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verzet wordt niet ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Datum uitspraak: 14 april 2023
21/1266 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2020, 20/164 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het verzoek om herziening van verzoekster tegen de aangevallen uitspraak op 16 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het verzoek om herziening niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Verzoekster is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is aan de orde gesteld op de zitting van 24 maart 2023.
Partijen waren daarbij niet aanwezig.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 16 december 2021 is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was op 27 januari 2022.
Het door verzoekster ingediende verzetschrift is op 15 maart 2022 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van het verzetschrift is overschreden.
Bij brief van 14 juni 2022 heeft de Raad bij verzoekster geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Verzoekster heeft daarop niet gereageerd.
Bij schrijven van 12 augustus 2022 heeft de Raad nogmaals bij verzoekster geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Ook op deze brief heeft verzoekster niet gereageerd.
Nu verzoekster geen reden heeft gegeven waarom het verzetschrift te laat is ingediend is de Raad van oordeel dat het verzet niet ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.M. Geerman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2023.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) K.M. Geerman