Socialezekerheidsrecht
Verschoonbare termijnoverschrijding blijkend uit de medische onderbouwing in verzet en het verhandelde ter zitting.
Centrale Raad van Beroep, 19 oktober 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3277 · Centrale Raad van Beroep · 19 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2018-3277
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2018
- Datum publicatie
- 23 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/6668 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3277
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoonbare termijnoverschrijding blijkend uit de medische onderbouwing in verzet en het verhandelde ter zitting.
Uitspraak
Datum uitspraak: 19 oktober 2018
17/6668 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2017, 17/2421 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 1 december 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 7 september 2018. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 1 december 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij op grond van medische redenen niet in staat is geweest zijn belangen te behartigen en tijdig hoger beroep in te stellen.
Uit de medische onderbouwing in verzet en het verhandelde ter zitting is gebleken van het onvermogen van appellant om in de hier van belang zijnde periode zelf tijdig hoger beroep in te stellen dan wel een zaakwaarnemer te regelen om zijn belangen te behartigen. De Raad is van oordeel dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn in dit geval verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
1 december 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) C.A.E. Bon