Socialezekerheidsrecht
De Raad verklaart het verzet ongegrond. Verzoekster heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd…
Centrale Raad van Beroep, 8 april 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:471 · Centrale Raad van Beroep · 8 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2026-471
Zaakgegevens
Op 8 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- 25/734 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:471
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Raad verklaart het verzet ongegrond. Verzoekster heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/734 ANW-V
Uitspraak op het verzet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024, CRvB 23/1847 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeksters] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 8 april 2026
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 26 september 2025 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Verzoekster heeft verzet gedaan.
Het verzet is op 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
OVERWEGINGEN
In verzet stelt verzoekster dat zij weduwe is en haar overleden echtgenoot een ouderdomspensioen en AOW-uitkering heeft. Verzoekster vraagt of wij haar situatie willen onderzoeken zodat appellante een nabestaanden ANW-uitkering kan krijgen.
De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.
(getekend) R.W.L. Koopmans
(getekend) D. Semiz