Socialezekerheidsrecht
De Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling. Geen belang. Niet is gebleken van erfgenamen die…
ECLI:NL:CRVB:2026:76 · Centrale Raad van Beroep · 27 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/wraking/ecli-nl-crvb-2026-76
Zaakgegevens
Op 27 januari 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2026
- Datum publicatie
- 27 januari 2026
- Zaaknummer
- 21/2579 PW-W
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:76
Samenvatting
De Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling. Geen belang. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in de gedingen zijn opgevolgd en die de gedingen zouden willen voortzetten.
Uitspraak
Inhoudsopgave
21/2579 PW-W, 21/2580 PW-W, 22/1948 PW-W, 23/2484 PW-W, 24/1317 PW-W, 24/1483 PW-W
Datum beslissing: 27 januari 2026
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing in verband met het verzoek om wraking gedaan door
Wijlen [verzoeker], in leven laatst gewoond hebbende te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank NoordNederland van 6 juni 2021, 20/1534 en 20/2042, 3 mei 2022, 20/3585, 2 augustus 2023, 21/1055, 5 juni 2024, 24/432, en 5 juni 2024, 24/486, in gedingen tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Fryske Marren.
De behandeling ter zitting van de hoger beroepen heeft plaatsgevonden op 18 maart 2025, met
E.C.G. Okhuizen, J.T.H. Zimmerman en D.H. Harbers als behandelend rechters.
Verzoeker heeft op 19 maart 2025 een wrakingsverzoek ingediend. Bij brief van 27 maart 2025 heeft hij het verzoek verder toegelicht en nadere stukken ingezonden.
De behandelend rechters hebben op het verzoek gereageerd en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.
Verzoeker en de behandelend rechters zijn uitgenodigd om te worden gehoord ter zitting van de Raad op 12 mei 2025. Verzoeker heeft uitstel van de behandeling ter zitting gevraagd, wat is verleend.
Op 11 juni 2025 heeft de Raad bericht ontvangen dat verzoeker op 5 juni 2025 is overleden.
Op 17 november 2025 heeft de Raad in de Staatscourant belanghebbenden opgeroepen om de gedingen van verzoeker als partij over te nemen. Daarop is niet gereageerd.
OVERWEGINGEN
1. De indiener van het hoger beroep is overleden. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die hem als partij in de gedingen zijn opgevolgd en die de gedingen zouden willen voortzetten. Na de oproep van de Raad in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan de gedingen deel te mogen nemen. Gelet hierop is er geen belang meer bij het beoordelen van het wrakingsverzoek.
2. De behandeling van de hoger beroepen is vóór het overlijden van verzoeker stilgelegd vanwege het verzoek om wraking van de behandelend rechters. Om de behandeling van de hoger beroepen te kunnen hervatten zal de Raad, gelet op wat is overwogen onder 1, beslissen dat het verzoek om wraking buiten behandeling wordt gesteld.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep stelt het verzoek om wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en T. Dompeling als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2026.
De griffier De voorzitter
(getekend) P.W.J. Hospel (getekend) E. Dijt
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep