Socialezekerheidsrecht
Verzoek om wraking afgewezen. Afwijzing van het aanhoudingsverzoek is een procesbeslissing. Wraking is geen…
ECLI:NL:CRVB:2026:976 · Centrale Raad van Beroep · 27 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/wraking/ecli-nl-crvb-2026-976
Zaakgegevens
Op 27 juli 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juli 2026
- Datum publicatie
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/1616 AWBZ-W
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:976
Samenvatting
Verzoek om wraking afgewezen. Afwijzing van het aanhoudingsverzoek is een procesbeslissing. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel tegen een procesbeslissing.
Uitspraak
Inhoudsopgave
24/1616 AWBZ-W
Datum beslissing: 27 juli 2026
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor) en verzocht om het zorgkantoor te veroordelen in de door hem geleden materiële en immateriële schade.
Het beroep en het verzoek om schadevergoeding zijn op de zitting van 16 april 2026 behandeld door K.H. Sanders, lid van de enkelvoudige kamer (behandelend rechter).
Verzoeker heeft na de behandeling ter zitting verzocht om wraking van de behandelend rechter. De behandelend rechter heeft gereageerd op het verzoek en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.
Verzoeker en de behandelend rechter zijn uitgenodigd om te worden gehoord ter zitting van de Raad op 13 juli 2026. Verzoeker is verschenen. De behandelend rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
De Raad heeft mededeling gedaan aan verzoeker van een wijziging in de samenstelling van de kamer en deze wijziging ter zitting toegelicht.
OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking het volgende ten grondslag gelegd. Naar aanleiding van een telefoongesprek waarin hem is medegedeeld dat zijn verzoek tot aanhouding is afgewezen, is verzoeker tot de conclusie gekomen dat sprake is van partijdigheid van de behandelend rechter. De zittingsdatum en het tijdstip zijn volgens verzoeker bewust zodanig gekozen dat zijn advocaat niet aanwezig kon zijn. Daarnaast heeft het zorgkantoor stukken kort voor de zitting ingebracht, waardoor een behoorlijke voorbereiding is bemoeilijkt. Zijn aanhoudingsverzoek is daarom ten onrechte afgewezen en hij voelt zich daardoor buitenspel gezet.
Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De beslissing van de behandelend rechter tot afwijzing van het aanhoudingsverzoek is een procesbeslissing. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel tegen een procesbeslissing. De wrakingskamer komt daarom geen oordeel toe over de juistheid van een procesbeslissing. Procesbeslissingen kunnen alleen leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien de motivering van deze beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten, bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen, niet anders kan worden verstaan dan als blijk van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen. Gelet op deze maatstaf kan wat verzoeker heeft aangevoerd, geen grond vormen voor wraking van de behandelend rechter.
Dat zich, zoals verzoeker heeft aangevoerd, bij de behandeling van (andere) zaken van verzoeker problemen hebben voorgedaan met verzending van en de communicatie over processtukken, werpt daarop geen ander licht. Ook de door verzoeker ter zitting naar voren gebrachte problemen die hebben geleid tot een wrakingsprocedure bij de rechtbank NoordHolland en de problemen die verzoeker heeft ervaren bij de behandeling van enkele andere zaken bij die rechtbank, leiden niet, ook niet als zij in onderlinge samenhang worden bezien, tot de conclusie dat de behandelend rechter jegens verzoeker vooringenomen is, of dat de daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om wraking moet worden afgewezen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gegeven door E.C.E. Marechal als voorzitter en E.C.G. Okhuizen en C.F.E. van Olden-Smit als leden, in tegenwoordigheid van C.C.M. van ‘t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.C.M. van ‘t Hol (getekend) E.C.E. Marechal