Civiel recht overig

Appellant verwijt het Land van onrechtmatig handelen inzake sollicitatie- en benoemingsprocedure. Het Hof…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 mei 2011

Zaakgegevens

Op 10 mei 2011 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
10 mei 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
E 415/10 - H – 92/11- 46595
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8938
E-mail

Samenvatting

Appellant verwijt het Land van onrechtmatig handelen inzake sollicitatie- en benoemingsprocedure. Het Hof stelt dat voor appellant als direct belanghebbende op grond van de LAR beroep openstond tegen het benoemingsbesluit. Deze beroepsmogelijkheid heeft appellant onbenut gelaten waardoor de betreffende besluiten formele rechtskracht hebben gekregen. Hof bevestigt beschikking.

Uitspraak

Registratienummer: E 415/10 - H – 92/11- 46595

Uitspraak: 10 mei 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESCHIKKING

in de zaak van:

[appellant],

te Curaçao,

voorheen verzoeker, thans appellant,

gemachtigde: mr. S.A. Carmelia,

tegen

de openbare rechtspersoon HET LAND CURAÇAO,

te Curaçao,

voorheen verweerder, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. L.M. Virginia.

Partijen worden hierna ook “[appellant]” en “het Land” genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 20 januari 2011 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: GEA) ingediend beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen door het GEA gegeven beschikking van 9 december 2010. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die beschikking

Het hoger beroep is ter zitting van het Hof te Curaçao behandeld op 12 april 2011. Aldaar zijn de gemachtigden verschenen, alsmede [appellant]. De gemachtigden hebben hun pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

Beschikking is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 Bij de beschikking van 9 december 2010 heeft het GEA het verzoek van [appellant] tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen. Tegen die beslissing richt zich het beroep van [appellant].

2.2 Uit zijn stellingen blijkt dat [appellant] het Land onrechtmatig handelen verwijt terzake de sollicitatie- en benoemingsprocedure voor de functie van manager bedrijfsvoering bij het Openbaar Ministerie. Meer concreet heeft [appellant] ter terechtzitting betoogd dat de intrekking van zijn voordracht onrechtmatig was. Volgens [appellant] was hij beter gekwalificeerd voor deze functie dan de bij landsbesluit van 12 februari 2010 benoemde [xxx]. [appellant] stelt in een voorlopig getuigenverhoor duidelijkheid te willen verkrijgen over de gang van zaken rond zijn aanvankelijke voordracht voor benoeming, de daaropvolgende intrekking van die voordracht en de benoeming in de betreffende functie van [xxx], alsmede over de hem hangende de sollicitatieprocedure gedane toezeggingen. [appellant] stelt voornemens te zijn vervolgens in een geding voor de burgerlijke rechter schadevergoeding van het Land te vorderen wegens onrechtmatig handelen.

2.3 Het Hof stelt voorop dat voor [appellant] als direct belanghebbende op grond van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak beroep openstond tegen het benoemingsbesluit van 12 februari 2010 en tegen de afwijzing/intrekking van [appellant]. In die beroepsprocedure had [appellant] de vernietiging van die besluiten kunnen vragen (al dan niet met instandlating van de gevolgen daarvan) en schadevergoeding. [appellant] heeft die beroepsmogelijkheid echter onbenut gelaten, waardoor de betreffende besluiten formele rechtskracht hebben gekregen en de burgerlijke rechter van de rechtmatigheid van die besluiten zal moeten uitgaan. Gelet daarop zal een vordering van [appellant] voor de burgerlijke rechter tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen terzake (de totstandkoming van) de besluiten niet kunnen slagen. Er is dan ook geen plaats voor een met het oog op een dergelijke vordering te houden voorlopig getuigenverhoor.

2.4 Gelet op het voorgaande kan het hoger beroep van [appellant] niet slagen. Hij zal als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten hebben te dragen.

Beslissing:

Het Hof:

bevestigt de beschikking waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van het Land gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAF. 1.800,- aan gemachtigdensalaris.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.E. de Kort, F.J.P. Lock en H.J. van Kooten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof te Curaçao uitgesproken op 10 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.