Civiel recht overig
Betreft geschil over verkavelingsplan en invulling daarvan en vorderingen. Hof neemt waardebepalingen van…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 5 maart 2013
ECLI:NL:OGHACMB:2013:17 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 5 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2013-17
Zaakgegevens
Op 5 maart 2013 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 5 maart 2013
- Datum publicatie
- 14 augustus 2013
- Zaaknummer
- AR 745/99 - H 150/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2013:17
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Betreft geschil over verkavelingsplan en invulling daarvan en vorderingen. Hof neemt waardebepalingen van deskundige over en stelt comparitie voor om te beslissen over tijdstip en wijze van betaling.
Uitspraak
Registratienummer: AR 745/99 - H 150/02
Uitspraak: 5 maart 2013
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Tussenvonnis in de zaak van:
de naamloze vennootschap
GREKO’S N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellante,
gemachtigde: mr. R.E. Blaauw,
- tegen -
[X],
wonend in Curaçao,
oorspronkelijk eiser,
thans geïntimeerde,
thans procederend in persoon.
Partijen worden hierna wederom “Greko’s” en “[X]” genoemd.
1 Het verdere verloop van de procedure
Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenvonnissen van 11 maart 2003, 8 januari 2008 en 6 november 2012.
Op 21 december 2012 heeft de in laatstgenoemd tussenvonnis benoemde deskundige een rapport vastgesteld. Het Hof heeft partijen – [X] via Johan Martina, tamconsultants@gmail.com (met ontvangstbevestiging per e-mail) – het rapport doen toekomen.
Op 22 januari 2013 heeft Greko’s een conclusie na deskundigenbericht genomen. [X] is niet verschenen.
Vonnis is bepaald op heden.
2 De verdere beoordeling
Het Hof neemt de waardebepalingen van de deskundige over. Dit betekent dat Greko’s aan [X] schuldig is: NAF. 1.097.447,24 (bijlage 2 deskundigenbericht), te vermeerderen met NAF. 93.075,= voor de gevel (tussenvonnis van het Hof van 8 januari 2008, rov. 2.1), i.e. in totaal NAF. 1.190.522,24.
Over het tijdstip en de wijze van betaling van dit bedrag (grief VIII van Greko’s) wenst het Hof een comparitie van partijen te beleggen. Hierbij kan ook de wettelijke rente aan de orde komen. Greko’s heeft – in deze procedure ruim tien jaren geleden (2002) – betoogd dat, gelet op de overeenkomsten, een eventuele vergoeding dient te worden betaald uit de opbrengst der verkochte kavels, na de ontwikkeling van het terrein. Het Hof wenst te vernemen hoe het staat met de ontwikkeling en de verkoop der kavels.
Wellicht kan, nu de hoogte van de vergoeding nominaal vaststaat, de zaak worden geschikt.
Het Hof zal de griffier opdragen het onderhavige tussenvonnis aan [X] te doen toekomen via Johan Martina voornoemd.
Elke verdere beslissing wordt aangehouden.
BESLISSING:
Het Hof:
- gelast partijen, desgewenst vergezeld van hun gemachtigden of adviseurs, te verschijnen tot het geven van inlichtingen aan het Hof en het beproeven van een schikking op maandag 8 april 2013 om 9.00 uur, in het stadhuis, voor mr. J. de Boer, lid van het Hof;
- draagt de griffier op het onderhavige tussenvonnis aan [X] te doen toekomen via Johan Martina, tamconsultants@gmail.com,
- houdt elke verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, J.P. de Haan en H.J. van Kooten, leden van het Hof en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 5 maart 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.