Civiel recht overig
Appeltermijn. De aangevoerde omstandigheden dat de gemachtigde van appellante ernstig ziek is geworden en…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 16 juni 2015
ECLI:NL:OGHACMB:2015:50 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 16 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2015-50
Zaakgegevens
Op 16 juni 2015 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 16 juni 2015
- Datum publicatie
- 21 december 2015
- Zaaknummer
- KG 582/15 - H 209/15
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2015:50
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appeltermijn.
De aangevoerde omstandigheden dat de gemachtigde van appellante ernstig ziek is geworden en arbeidsongeschikt is rechtvaardigen geen uitzondering op het uitgangspunt dat aan de appeltermijn strikt de hand moet worden gehouden.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:
Registratienummer: KG 582/15 - H 209/15
Uitspraak: 16 juni 2015
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in kort geding in de zaak van:
[Appellante],
wonende in Aruba,
appellante,
gemachtigden: mrs. D.C. Lopez Paz en M.H.J. Kock,
tegen
[geïntimeerde],
wonende in Aruba,
geïntimeerde ,
gemachtigde: mr. D. Carolina.
De partijen worden hierna appellante en geïntimeerde genoemd.
1 Het verloop van de procedure
Bij akte van appel van 2 juni 2015 is appellante in hoger beroep gekomen van het tussen partijen in kort geding gewezen en op 6 mei 2015 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: GEA).
Bij brief van 9 juni 2015 heeft mr. Lopez Paz voornoemd het Hof verzocht te beoordelen of appellante kan worden ontvangen in het hoger beroep ondanks de overschrijding van de appeltermijn.
Vonnis is bepaald op heden.
2 De beoordeling
Tot uitgangspunt dient dat rechtsmiddeltermijnen van openbare orde zijn en door de rechter ambtshalve moeten worden toegepast. Voorts dient tot uitgangspunt dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid moet bestaan omtrent het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en dat aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden. Op laatstgenoemd uitgangspunt kan slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering worden gemaakt, zoals in het geval van zogenoemde apparaatsfouten.
De appeltermijn is verstreken op 27 mei 2015. Appellante heeft aangevoerd dat mr. Kock voornoemd op 25 mei 2015 ernstig ziek is geworden en sindsdien arbeidsongeschikt is. Voorts heeft appellante haar belang bij het hoger beroep toegelicht.
Voornoemde omstandigheden komen voor risico van appellante en rechtvaardigen geen uitzondering op het uitgangspunt dat aan de appeltermijn strikt de hand moet worden gehouden.
Appellante zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. Gelet op die uitkomst zal zij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde gevallen en tot op heden begroot op nihil.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde gevallen en tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.J. van der Poel, J. de Boer, G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 16 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.