Civiel recht overig
Aruba. Aanneming van werk. Contra-enquête.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 december 2016
ECLI:NL:OGHACMB:2016:174 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 20 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2016-174
Zaakgegevens
Op 20 december 2016 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 20 december 2016
- Datum publicatie
- 28 juni 2017
- Zaaknummer
- AR 1130/13 - ghis 72913 - H 124/15
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2016:174
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aruba. Aanneming van werk. Contra-enquête.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 1130/13 - ghis 72913 - H 124/15
Uitspraak: 20 december 2016
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk eiser in conventie, verweerder in reconventie,
thans appellant,
gemachtigde: mr. D.C.A. Crouch,
tegen
de naamloze vennootschap
[GEÏNTIMEERDE] N.V.,
gevestigd in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed.
De partijen worden hierna weer [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1 Het verdere verloop van de procedure
Bij vonnis van 18 augustus 2015 heeft het Hof een bewijsopdracht verstrekt aan [geïntimeerde]. [geïntimeerde] heeft geen getuigen voorgebracht, maar bij akte van 20 september 2016 producties overgelegd ter fine van bewijslevering. Bij akte van 18 oktober 2016 heeft [appellant] gereageerd. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.
2 De verdere beoordeling
Het getuigenverhoor aan de zijde van [geïntimeerde] wordt gesloten. [appellant] zal overeenkomstig het aanbod in zijn pleitnota van 16 juni 2015 en aan het slot van zijn akte van 18 oktober 2016 in de gelegenheid worden gesteld getuigen in contra-enquête voor te brengen. Hetgeen in die akte is betoogd over de bewijswaardering wordt in dit stadium nog niet beoordeeld.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bepaalt dat [appellant] de in contra-enquête te horen getuigen kan voorbrengen op dinsdag 14 februari 2017 te 14.00 uur voor een nader aan te wijzen lid van het Hof in het Gerechtsgebouw in Aruba;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en S.A. Carmelia, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 20 december 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.