Civiel recht overig

Aruba. Koop. Dwaling. Bouwvergunning. Bewijsopdracht.

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 september 2016

Zaakgegevens

Op 20 september 2016 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
20 september 2016
Datum publicatie
3 november 2017
Zaaknummer
AR 632/13 - ghis 74345 - H 218/15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2016:196
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aruba. Koop. Dwaling. Bouwvergunning. Bewijsopdracht.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 632/13 - ghis 74345 - H 218/15

Uitspraak: 20 september 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende in Aruba,

in eerste aanleg eiseres,

thans appellante,

gemachtigden: mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock,

tegen

1. [GEÏNTIMEERDE 1],

wonende in Aruba,

in eerste aanleg gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. C.B.A. Coffie en A.C.G. Bikker,

2. [GEÏNTIMEERDE 2],

wonende in Aruba,

in eerste aanleg niet in rechte betrokken,

thans gevoegde partij aan de zijde van geïntimeerde,

procederende in persoon.

De partijen worden hierna [appellante], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 17 november 2015 is de zaak naar de rol verwezen voor memorie aan de zijde van [geïntimeerde 2].

Op 19 januari 2016 heeft [geïntimeerde 2] een memorie ingediend, met een productie.

Op 22 maart 2016 heeft [appellante] een antwoordmemorie ingediend, met een productie.

Op 24 mei 2016 heeft [geïntimeerde 1] een akte ingediend.

Op 30 augustus 2016 heeft [appellante] een akte ingediend.

Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

Nu [geïntimeerde 2] zich aan de zijde van [geïntimeerde 1] heeft gevoegd, faalt het beroep op de exceptio plurium litis consortium.

2.2

Het Hof zal thans uitvoering geven aan het in rov. 2.10 van het vonnis van 17 november 2015 uitgesproken voornemen, met inachtneming van de thans bestaande positie van [geïntimeerde 2] als procespartij.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

draagt [appellante] op te bewijzen dat [geïntimeerde 1] en/of [geïntimeerde 2] ten tijde van de leveringsakte van 20 april 2010 wisten, althans redelijkerwijs moesten begrijpen, dat niet met een redelijkerwijs van [appellante] te verwachten inspanning kon worden bereikt dat het verkochte zou mogen worden bebouwd;

bepaalt dat [appellante], indien zij daartoe getuigen wil doen horen, deze kan voorbrengen op dinsdag 18 oktober 2016 om 13.30 uur voor een nader aan te wijzen lid van het Hof, in het gerechtsgebouw in Aruba;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en T.A.M. Tijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 20 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.