Civiel recht overig
Bonaire. Aankoop bouwmaterialen. Kortingsregeling. Tussenvonnis naheffing griffierecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 januari 2017
ECLI:NL:OGHACMB:2017:259 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 24 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2017-259
Zaakgegevens
Op 24 januari 2017 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 24 januari 2017
- Datum publicatie
- 5 juni 2024
- Zaaknummer
- BON2017H00019
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2017:259
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bonaire. Aankoop bouwmaterialen. Kortingsregeling. Tussenvonnis naheffing griffierecht.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 15/15 - ghis 81615 - H 41/17
Uitspraak: 24 oktober 2017
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende in Amsterdam, Nederland,
oorspronkelijk eiser in conventie, verweerder in reconventie,
thans appellant,
gemachtigde: mr. E.Th. Wesselius,
tegen
de naamloze vennootschap
BAMBAM CONSTRUCTIONS N.V.,
gevestigd op Bonaire,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A. Bach Kolling.
De partijen worden hierna [appellant] en BamBam genoemd.
1 Het verloop van de procedure
Bij akte van appel van 17 juni 2016 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 25 mei 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA).
Bij op 27 juli 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en een conclusie geformuleerd.
Een memorie van antwoord is niet ingekomen.
Op 2 juni 2017 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.
2 De beoordeling
In dit geding heeft [appellant] in conventie betaling gevorderd van US$ 5.329,56 in hoofdsom. Bij conclusie van repliek is de vordering verminderd tot US$ 4.836,42 in hoofdsom. BamBam heeft in reconventie betaling gevorderd van US$ 1.787,06 in hoofdsom. Het GEA heeft de vordering in conventie afgewezen en de vordering in reconventie toegewezen. Het hoger beroep van [appellant] strekt ertoe dat zijn (verminderde) vordering alsnog wordt toegewezen en (blijkens grief IV en de toelichting daarop) ook dat de vordering van BamBam alsnog wordt afgewezen.
De griffier stelt zich op het standpunt dat de [appellant] daarom een direct geldelijk belang heeft, dat kan worden gewaardeerd op:
US$ 4.836,42 + US$ 1.787,06 = US$ 6.623,48.
Omgerekend in guldens is dat meer dan NAf 10.000,00, maar minder dan
NAf 25.000,00.
Het griffierecht moet daarom worden getaxeerd op:
2 x NAf 750,00 = NAf 1.500,00. Dat komt overeen met US$ 840,00.
Er is reeds US$ 502,00 geheven en betaald.
Er dient dus US$ 338,00 te worden nageheven.
appellant] zal in de gelegenheid worden gesteld binnen zes weken na heden, dus uiterlijk op 5 december 2017 het nageheven griffierecht te betalen. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellant]. Nu de regeling van het griffierecht niet strekt ter bescherming van enig recht of belang van de geïntimeerde, zal aan BamBam geen gelegenheid worden geboden om een antwoordakte in te dienen.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 5 december 2017 voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellant];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, F.V.L.M. Wannyn en K.A.M. Lasten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 24 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.