Civiel recht overig
Aruba. Regres ex art. 6:10 BW. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2016:109.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 23 mei 2017
ECLI:NL:OGHACMB:2017:47 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 23 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2017-47
Zaakgegevens
Op 23 mei 2017 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 23 mei 2017
- Datum publicatie
- 28 juni 2017
- Zaaknummer
- AR 1824/13 - ghis 78626 - H 139/16
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2017:47
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aruba. Regres ex art. 6:10 BW. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2016:109.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 1824/13 - ghis 78626 - H 139/16
Uitspraak: 23 mei 2017
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
thans appellant,
gemachtigde: voorheen mr. M.B. Boyce, thans procederende
zonder gemachtigde (e-mailadres [appellant]@gmail.com),
tegen
[GEÏNTIMEERDE],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. Chris Lejuez.
De partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1 Het verdere verloop van de procedure
Bij vonnis van 18 oktober 2016 heeft het Hof de zaak naar de rol van
22 november 2016 verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde]. Volgens het kaft van het dossier heeft de zaak op 20 december 2016 op de rol gestaan voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] en op 17 januari 2017 en
14 februari 2017 voor antwoordakte aan de zijde van [appellant]. Het Hof heeft van geen van beide partijen akten na tussenvonnis aangetroffen. Vonnis is nader bepaald op heden.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 18 oktober 2016 heeft het Hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over diverse overwegingen van het Hof.
Voor een behoorlijke beoordeling van de zaak achtte het Hof het gewenst dat dit partijdebat plaatshad.
Het Hof zal de zaak thans ambtshalve doorhalen op de rol. Op schriftelijk verzoek van een partij zal het Hof de zaak weer op de rol plaatsen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde], waarna ook weer gelegenheid voor antwoordakte geboden zal worden.
Mogelijk heeft het vorige tussenvonnis [appellant] niet bereikt. In verband daarmee zal het Hof in het dictum een opdracht aan de griffier geven.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
haalt de zaak door op de rol;
draagt de griffier op een pdf-bestand houdende afschrift van
( a) dit vonnis en
( b) het vonnis van 18 oktober 2016
aan [appellant] toe te mailen op het
e-mailadres [appellant]@gmail.com;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 23 mei 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.