Civiel recht overig

Herstelvonnis van CUR2018H00288 van 4 mei 2021.

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 1 juni 2021

Zaakgegevens

Op 1 juni 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
1 juni 2021
Datum publicatie
27 augustus 2021
Zaaknummer
CUR2018H00288
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2021:264
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis van CUR2018H00288 van 4 mei 2021.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

HERSTELVONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

GIROBANK N.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

gemachtigden: mrs. A. Huizing en E.J.J. Huizing,

tegen

de stichting

FUNDASHON KORPORASHON PA DESAROYO DI KORSOU,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

gemachtigden: mrs. W.J. de Nijs en N.E. Soon.

De partijen worden hierna Girobank en Korpodeko genoemd.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij e-mail van dinsdag 4 mei 2021 heeft mr. Soon het Hof gewezen op een inconsistentie in het tussen partijen gewezen vonnis van 4 mei 2021, in die zin dat in rov. 2.3 en 2.4 staat vermeld dat Korpodeko een bedrag van
US$ 1.000.000,- zou hebben ontvangen, terwijl in het dictum een bedrag van NAf 1.000.000,- is toegewezen, en heeft verzocht de kennelijke schrijffout in het dictum te herstellen.

1.2.

Op vrijdag 14 mei 2021 heeft het Hof van mr. E.J.J. Huizing, via e-mail, bericht ontvangen dat de Girobank zich refereert naar het oordeel van het Hof.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Het Hof is van oordeel dat in het dictum van het vonnis van 4 mei 2021 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artikel 66 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek tot verbetering van het vonnis is derhalve toewijsbaar en het Hof zal het vonnis verbeteren zoals hieronder in de beslissing is bepaald.

3 De beslissing

Het Hof:

- bepaalt dat in het dictum van het tussen partijen gewezen vonnis van 4 mei 2021 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat: “NAf 1.000.000,-” wordt gewijzigd in “US$ 1.000.000,-”;

- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van het vonnis van 4 mei 2021 wordt vermeld, met een verwijzing naar het onderhavige herstelvonnis;

- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van het aldus gerectificeerde vonnis zal verstrekken aan partijen;

- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 4 mei 2021 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van het Hof te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, F.W.J. Meijer en O. Nijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021.

mbm