Civiel recht overig
uitlokken en profiteren van wanprestatie; ongerechtvaardigde verrijking formele relatie: CUR201802461
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 23 november 2021
ECLI:NL:OGHACMB:2021:441 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 23 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2021-441
Zaakgegevens
Op 23 november 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 23 november 2021
- Datum publicatie
- 14 april 2022
- Zaaknummer
- CUR2020H00217
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2021:441
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
uitlokken en profiteren van wanprestatie; ongerechtvaardigde verrijking
formele relatie: CUR201802461
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:
Registratienummers: CUR201802461 – CUR2020H00217
Uitspraak: 23 november 2021
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van
[APPELLANT],
wonende in [woonplaats], Nederland,
in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,
hierna: [appellant],
gemachtigde: mr. G.C.A Scheperboer-Parris,
tegen
de stichting
KORPORASHON PA DI DESAROYO DI KORSOU (“KORPODEKO”),
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde,
hierna: Korpodeko,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en B.L.J. Zending.
1 Het verdere verloop van de procedure
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 1 juni 2021. Bij dat vonnis is Korpodeko toegelaten tot het leveren van bewijs en is de zaak daartoe verwezen naar de digitale rol van 29 juni 2021 voor akte uitlating bewijslevering zijdens Korpodeko.
Op 21 september 2021 heeft Korpodeko een akte uitlating teven eiswijziging genomen.
Daarop heeft [appellant] bij contra-akte van 19 oktober 2021 gereageerd.
Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis heeft het Hof Korpodeko ambtshalve de gelegenheid gegeven om nader bewijs te leveren van haar stelling dat [appellant] actief en bewust heeft meegewerkt aan een (schijn)constructie om verhaal van Korpodeko op het huis (dat wil zeggen: de ‘huurrechten’ daarop) te frustreren. Door het onder ede kritisch (laten) bevragen van leden van de familie had Korpodeko wellicht voldoende afbreuk kunnen doen aan de met een schriftelijke verklaring van zijn moeder gestaafde betwisting van [appellant] dat hij wetenschap had van de door zijn ouders verzaakte verplichtingen en van zijn bewuste medewerking aan de benadeling van Korpodeko.
Korpodeko heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Zij heeft volstaan met een eiswijziging in een akte waarin de bewijsopdracht zelfs niet wordt genoemd. Die gewijzigde eis en de stellingen die Korpodeko nog naar voren heeft gebracht, wat er verder zij van de toelaatbaarheid daarvan in dit stadium in het geding, brengen het Hof niet tot een ander oordeel. De verrijking van [appellant] wordt juridisch gerechtvaardigd door de schenking. De vordering zal daarom, zoals aangekondigd in rov. 2.7 van het tussenvonnis, worden afgewezen.
Korpodeko zal worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op NAf 1.665,09 aan verschotten en NAf 7.500,- voor salaris van de gemachtigde.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt het bestreden vonnis van 20 april 2020 voor zover tussen partijen gewezen en opnieuw recht doende
wijst de vordering jegens [appellant] alsnog af;
veroordeelt Korpodeko in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellant] gevallen en begroot op NAf 9.165,09.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 23 november 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.