Civiel recht overig

Artikel 65 lid 1 en 63 Faillissementswet BES. Appellante is niet-ontvankelijk. Geen sprake van misbruik van…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 16 juni 2026

Zaakgegevens

Op 16 juni 2026 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
16 juni 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
BON2026H00020
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2026:225
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 65 lid 1 en 63 Faillissementswet BES. Appellante is niet-ontvankelijk. Geen sprake van misbruik van procesbevoegdheid.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummer: BON202100089-BON2026H00020

Uitspraak: 16 juni 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

MCC GROUP N.V.,

gevestigd in Curaçao,

appellante.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Op 18 maart 2021 is het faillissement van Bonaire Petroleum Corporation N.V. (hierna: BOPEC) uitgesproken. Daarbij is tot curator aangesteld mr. [de curactor] (hierna: de curator).

1.2

Bij op 23 februari 2026 ingekomen beroepschrift is appellante in hoger beroep gekomen van, zo vermeldt het beroepschrift, de beslissing van 10 februari 2026 van de rechter-commissaris in het faillissement van BOPEC.

1.3

Bij e-mail van 20 april 2026 heeft het Hof het beroepschrift toegezonden aan de curator met het verzoek om uiterlijk op 4 mei 2026 op het beroepschrift te reageren. De curator heeft een verweerschrift ingediend.

1.4

Het Hof heeft op 20 mei 2026 namens appellante een ‘reply to defense submission’ ontvangen. Op diezelfde datum heeft de curator daarop per e-mailbericht gereageerd. Daarop is namens appellante per e-mailbericht weer gereageerd.

2 De beoordeling door het Hof

2.1

Het beroep van appellante richt zich, zo begrijpt het Hof, tegen het volgende e-mailbericht dat de rechter-commissaris in het faillissement van BOPEC op 10 februari 2026 aan (de vertegenwoordiger van) appellante heeft toegezonden:

‘In your email, you ask for an explanation or justification of one or more decisions I have made. The explanation and justification of a court decision is contained in the decision itself. This is not subject to further debate with the parties involved (…).’

2.2

Appellante verzoekt het Hof de beslissing van de rechter-commissaris van 10 februari 2026 te vernietigen en te bepalen:

- dat appellante rechtsgeldig cessionaris is van de pre-faillissementsvordering van Don Andres N.V.;

- dat appellante als concurrente schuldeiser in het faillissement van BOPEC moet worden aangemerkt en;

- dat de curator overeenkomstig moet handelen.

2.3

Artikel 67 van de Nederlandse Faillissementswet is in Bonaire niet van toepassing. Artikel 65 lid 1 van de Faillissementswet BES bepaalt (kort gezegd) dat schuldeisers tegen elke handeling van de curator bij de rechter-commissaris kunnen opkomen of een bevel kunnen uitlokken dat de curator een bepaalde handeling verricht of nalaat. Tegen deze beslissing van de rechter-commissaris is op grond van artikel 63 Faillissementswet BES geen hoger beroep mogelijk. Het Hof zal appellante niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

2.4

De curator heeft verzocht om appellante te veroordelen in de volledige proceskosten van het hoger beroep. Voor een volledige proceskostenvergoeding moet worden voldaan aan de maatstaf voor misbruik van procesbevoegdheid. Daarvan is sprake als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid gelet op het recht tot toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366). Gelet op die vereiste terughoudendheid acht het Hof geen misbruik van procesbevoegdheid aanwezig. Appellante zal daarom worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep beperkt tot het liquidatietarief.

2.5

Een kostenveroordeling levert ook voor de nakosten een executoriale titel op (HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853). Het is daarom niet nodig dit uitdrukkelijk in het dictum te vermelden.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, tot de uitspraak van deze beschikking aan de zijde van de curator begroot op Cg 2000,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer, C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.