Civiel recht overig
Curacao; Online gaming. Vergunninghouder en onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Vergunninghouder staat in…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18 augustus 2026
ECLI:NL:OGHACMB:2026:248 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 18 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2026-248
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2026 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2026
- Datum publicatie
- 1 september 2026
- Zaaknummer
- CUR2023H00275
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2026:248
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Curacao; Online gaming.
Vergunninghouder en onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Vergunninghouder staat in voor betalingsverplichting van onlinecasino.
Verstekverlening in eerste aanleg tegen onlinecasino. Afwijzing vordering tegen vergunninghouder betekent dat de vordering tegen niet-verschenen onlinecasino de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Eindvonnis in de zaak:
de naamloze vennootschap VEGA WORLD SOLUTIONS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: Vega,
oorspronkelijk medegedaagde, thans appellante,
gemachtigden: mrs. S.N. Zahedi en J.S.T. Felida,
tegen
de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN
ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),
gevestigd in Curaçao,
hierna SBGOK,
oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.
1 Verder procesverloop
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025, 17 juni 2025 en 24 maart 2026.
Op 21 april 2026 hebben zowel Vega als SBGOK een akte genomen, SBGOK met producties.
Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen.
Vonnis is bepaald op heden.
2 Verdere beoordeling
Vega is in eerste aanleg niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
In het tussenvonnis van 24 maart 2026, rov. 2.7-2.8, heeft het Hof overwogen:
Wel is er nauw verband tussen de vorderingen jegens Vega en GSP. Blijkens HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1910, rov. 3.5 kan GSP als vergunninghouder uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn jegens de speler als Vega ten onrechte niet uitbetaalt. GSP staat dus in voor een betalingsverplichting van Vega.
Naar het voorlopig oordeel van het Hof is het hoger beroep in zoverre gegrond dat als de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind blijft, de vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze de rechter (nu: het Hof) onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Vandaag heeft het Hof in de zaak SBGOK v. GSP (CUR2023H00282) het bestreden vonnis bevestigd. Aldus is de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind gebleven.
Het Hof maakt zijn voorlopige beslissing in rov. 2.8 van het tussenvonnis van 24 maart 2026 (zie hiervóór rov. 2.2.) tot eindbeslissing. De vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze het Hof onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De uitkomst is dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en dat de vordering moet worden afgewezen. SBGOK dient de kosten van deze procedure in beide instanties te dragen.
3 Beslissing
Het Hof:
- vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende;
- wijst de vordering af;
- veroordeelt SBGOK in de kosten van deze procedure aan de zijde van Vega gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op nihil en voor het hoger beroep op Cg 6.000 aan gemachtigdensalaris, Cg 1.500 aan griffierecht en Cg 354,73 aan verschotten.
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.