Civiel recht overig
Curaçao. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2026:75. Enquête. Waken over het trustvermogen. Het Hof ontheft de…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17 september 2026
ECLI:NL:OGHACMB:2026:270 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2026-270
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 1 oktober 2026
- Zaaknummer
- CUR2024H00135
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2026:270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Curaçao. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2026:75. Enquête. Waken over het trustvermogen. Het Hof ontheft de tijdelijke bestuurder en de tijdelijke beheerder van aandelen uit hun functies.
Uitspraak
Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummer: CUR2024H00135
Uitspraak: 17 september 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de tweede fase van de enquêteprocedure van:
de rechtspersoon naar het recht van de Kaaiman Eilanden
BRITANNIA NATIONAL COMPANY LIMITED,
hierna (als afkorting van haar vroegere naam): BGNIC,
gevestigd in Georgetown, Grand Cayman, Kaaiman Eilanden,
met gekozen domicilie in Curaçao bij haar gemachtigden,
verzoekster,
gemachtigden: mrs. J.C. Maris en C.F. Klooster,
tegen:
de naamloze vennootschap
SOLID HOLDING N.V.,
hierna: Solid,
gevestigd in Curaçao,
verweerster,
gemachtigden: mrs. W. Princée en J.M.K.P. Cornegoor,
met als belanghebbenden:
1. de stichting
THE SOLID FUND PRIVATE FOUNDATION,
hierna: SFPF,
gevestigd in Curaçao,
gemachtigden: mrs. W. Princée en J.M.K.P. Cornegoor,
en:
2 [belanghebbende 1],
[belanghebbende 1]@gmail.com,
zonder gemachtigde,
3. [belanghebbende 2],
[belanghebbende 2]@solidgroup.com,
zonder gemachtigde,
4. [belanghebbende 3],
gemachtigden: mrs. S.H. Barten en A.M. van Spaandonk,
en:
5 LOPAG TRUST REG.,
in haar hoedanigheid van (voormalig) trustee in
THE LAKE CAUMA TRUST,
gevestigd te Vaduz, Liechtenstein,
gemachtigden: mrs. J.E. Eichhorn en J. Pas;
en:
6 ADMINTRUST VERWALTUNGS ANSTALT,
7. CATO TRUST REG.,
in hun hoedanigheid van trustees van
THE LAKE CAUMA TRUST,
beide gevestigd te Vaduz, Liechtenstein,
gemachtigden: mrs. J.E. Eichhorn, J. Pas en C. de Bres.
1. Het verdere verloop van de procedure
Bij beschikking van 10 april 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:75, heeft het Hof, verkort weergegeven, bepaald dat de eerder benoemde tijdelijke bestuurder, mr.[betrokkene 1], de beslissende stem heeft in het bestuur.
Bij e-mail van 14 september 2026 heeft mr. [betrokkene 1] bericht dat de tijdelijke beheerder van aandelen mr.[betrokkene 2] en mr. [betrokkene 1] zelf geen mogelijkheden meer zien om geschilpunten te overbruggen. Hij verzoekt het Hof daarom, mede namens mr. [betrokkene 2], de voorlopige voorzieningen op basis waarvan zij zijn benoemd, in te trekken.
In de beschikking van 3 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:43, heeft het Hof voorlopige voorzieningen getroffen om de totstandkoming van een algehele minnelijke regeling te faciliteren. Mr. [betrokkene 1] is benoemd tot tijdelijke bestuurder. Aaandelen in Solid zijn ten titel van beheer overgedragen aan mr. [betrokkene 2]. Aangezien mrs. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te kennen hebben gegeven dat zij geen mogelijkheden zien om geschilpunten te overbruggen, zal het Hof de werking van deze voorlopige voorzieningen beëindigen.
Voor mr. [betrokkene 1] betekent dit dat hij zal worden ontheven uit de functie van bestuurder van Solid.
Ook mr. [betrokkene 2] wordt ontheven uit zijn functie. De aandelen in Solid die bij de beschikking van 3 maart 2026 bij wijze van voorlopige voorziening ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. [betrokkene 2], worden overgedragen aan degene of degenen die de aandelen hield of hielden onmiddellijk voordat ze aan mr. [betrokkene 2] werden overgedragen (zie rov. 3.4 van de beschikking van 3 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:43).
In de tweede fase van dit geding heeft reeds een mondelinge behandeling plaatsgehad, namelijk op 21 november 2025. Bij die mondelinge behandeling hebben partijen en belanghebbenden zich uitgebreid uitgelaten over de vraag of uit het verslag dat de op 14 februari 2023 aangewezen onderzoeker mr. [betrokkene 3] op 26 maart 2024 ter griffie heeft neergelegd, blijkt dat sprake is geweest van wanbeleid bij Solid en over de verdere verzoeken die (tot dan toe) in de tweede fase waren gedaan. Een nieuwe mondelinge behandeling of een andere wijze van nader partijdebat dient daarom naar het oordeel van het Hof geen doel.
Gelet op het voorgaande zal het Hof de zaak verwijzen naar de rol van 27 oktober 2026 voor beschikking.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
ontheft mr.[betrokkene 1] met ingang van vandaag uit de functie van bestuurder van Solid;
ontheft mr.[betrokkene 2] met ingang van vandaag uit de functie van beheerder van aandelen in Solid;
draagt de aandelen in Solid die het Hof bij zijn beschikking van 3 maart 2026 bij wijze van voorlopige voorziening ten titel van beheer heeft overgedragen aan mr. [betrokkene 2], vandaag over aan degene of degenen die de aandelen hield of hielden onmiddellijk voordat ze aan mr.[betrokkene 2] waren overgedragen;
verwijst de zaak naar de rol van 27 oktober 2026 voor beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en G. van Solinge, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 17 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.