Vreemdelingenrecht
Arubaanse zaak. Betreft afwijzing verzoek om verblijfsvergunning. Het Hof oordeelt dat vreemdeling wel belang…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 18 december 2009
ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0528 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba · 18 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-de-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-oghnaa-2009-bn0528
Zaakgegevens
Op 18 december 2009 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Datum uitspraak
- 18 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HLAR 016/09
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN0528
Samenvatting
Arubaanse zaak. Betreft afwijzing verzoek om verblijfsvergunning. Het Hof oordeelt dat vreemdeling wel belang had bij het door hem ingestelde beroep, daarom is beroep gegrond. Hof voorziet zelf in de zaak, nu vreemdeling niet tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de beschikking wordt hij niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
HLAR 016/09
Datum uitspraak: 18 december 2009
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[…],
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 17 december 2008 in zaak nr. 73 van 2008 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Vreemdelingenzaken.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 29 maart 2007 heeft de minister van Vreemdelingenzaken (hierna: de minister) een verzoek van de naamloze vennootschap Aruba Hotel Enterprises N.V. om appellant (hierna: de vreemdeling) een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.
Bij beschikking van 27 november 2007 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 december 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Hof ingekomen op 28 januari 2009, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2009, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.A. Henriquez, werkzaam in dienst van het land, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door het door hem ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, heeft miskend dat hij daarbij belang heeft.
2.1.1. De vreemdeling kon tegen de beschikking van 27 november 2007 beroep instellen bij het Gerecht. Dat de minister het verzoek om de vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen heeft afgewezen, omdat hij drie jaren krachtens zodanige vergunning hier te lande heeft verbleven, brengt niet met zich dat de vreemdeling geen belang had bij het door hem ingestelde beroep. Nu daarvoor ook anderszins geen grond bestond, heeft het Gerecht het beroep ten onrechte niet ontvankelijk verklaard.
2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Het Hof zal de zaak evenwel niet naar het Gerecht terugverwijzen, nu het bij het Gerecht ingestelde beroep kennelijk gegrond is. Daartoe wordt als volgt overwogen.
2.3. De termijn waarbinnen de vreemdeling tegen de beschikking van 29 maart 2007 bezwaar kon maken eindigde op 10 mei 2007. Niet in geschil is dat de vreemdeling het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. Voorts is niet gebleken dat de vreemdeling het bezwaarschrift zo spoedig als dit redelijkerwijs van haar verlangd kon worden heeft ingediend. Hetgeen de vreemdeling terzake heeft aangevoerd, biedt geen grond voor dat oordeel. De minister heeft het tegen de beschikking van 29 maart 2007 gemaakte bezwaar dan ook ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard.
2.4. Het hoger beroep is gegrond. Hetgeen in hoger beroep verder is aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaren en de beschikking van 27 november 2007 vernietigen. Nu de minister het bij hem door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk had dienen te verklaren, ziet het Hof aanleiding om op na te melden wijze zelf in de zaak te voorzien.
2.5. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen. Het Hof ziet daarbij aanleiding om daarbij een wegingsfactor van 0,25 toe te passen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, zittingsplaats van 17 december 2008 in zaak nr. Lar 73 van 2008;
III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak tegen de beschikking van de minister voor Vreemdelingenzaken van 27 november 2007, kenmerk LAR-3444/07, ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt die beschikking;
V. verklaart het door de vreemdeling tegen de beschikking van de minister van Vreemdelingenzaken van 29 maart 2007, kenmerk CRV-5001058068/6, gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;
VI. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde beschikking;
VII. veroordeelt de minister voor Vreemdelingenzaken tot vergoeding van de bij [appellant] opgekomen proceskosten tot een bedrag van Afl. 350,00 (zegge: driehonderd vijftig gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de minister van Vreemdelingenzaken aan [appellant] te worden betaald
VIII. gelast dat het land Aruba aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
w.g. Wattel
Voorzitter
w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,