Civiel recht overig

Civiel - EJ - kinderalimentatie, vader niet verschenen.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 16 februari 2016

Zaakgegevens

Op 16 februari 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
16 februari 2016
Datum publicatie
22 februari 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 2405 van 2015
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2016:116
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Civiel - EJ - kinderalimentatie, vader niet verschenen.

Uitspraak

Beschikking van 16 februari 2016

Behorend bij EJ. nr. 2405 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen:

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd,

en

[de vader],

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,

niet verschenen.

Belanghebbenden:

[de minderjarige], de minderjarige,

[de moeder], de moeder.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift, ingediend op 15 oktober 2015;

  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 5 januari 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon en de Voogdijraad bij mr. Y.N. Maduro. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Uit de moeder is [datum] 2002 in Aruba geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot het betalen van een bijdrage van Afl. 265,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, ingaande 1 november 2015. Daartoe is gesteld dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4 DE BEOORDELING

De vader is wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn dochter. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid zich te verweren. Het verzoek zal, gelet op het gestelde en het ontbreken van enig verweer, worden toegewezen, zij het dat de alimentatieverplichting een maand later dan verzocht ingaat, omdat de vader geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 december 2015, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, aan de Voogdijraad te betalen een bedrag van Afl. 265,- per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [datum] 2002 in Aruba,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 16 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.